Het nieuwe jaar begon met een traditionele opleving, maar aan de fundamentele risico’s is nog weinig veranderd. Daardoor blijven we voorzichtig met aandelen.
Traditionele nieuwjaarstemming
Voor aandelenmarkten begon 2012 goed doordat beleggers weer
risicovoller durfden te investeren. Dat is niet ongebruikelijk. Er
bestaat zelfs een "januari-effect", waarbij in de eerste maand van
het jaar vooral die financiële instrumenten goed renderen die in
het voorgaande jaar de rendementsranglijsten afsloten. In 2011
waren dat de risicovollere. Het is echter de vraag of er achter dit
markttechnische verschijnsel ook een fundamentele verbetering
schuil gaat.
Somber beeld Europa…
Voor Europa zijn de economische vooruitzichten onveranderd donker.
Lichtpuntje is dat economen en beleggers dit de afgelopen kwartalen
daadwerkelijk zijn gaan erkennen. Ook heeft de ECB de banken ruim
van driejarige leningen voorzien. Hoe andere beleidsmakers de
ontwikkelingen zien is niet duidelijk. In ieder geval dreigen we
door een gebrek aan samenwerking en steun binnen de eurozone af te
stevenen op het uiteenvallen van de muntunie. Dit is een risico met
zeer grote gevolgen, hoewel de kans nu nog klein is dat dit
werkelijkheid wordt. Verder leveren enorme herfinancieringen van
banken en overheden, plus verkiezingen in een aantal landen, de
komende maanden diverse gevaarlijke kantelpunten op.
…net als in de Verenigde Staten
Naast de bewustwording in Europa gingen in de afgelopen maand
meevallende Amerikaanse economische cijferpublicaties achter het
marktherstel schuil. De Amerikaanse lokale overheid houdt echter al
lange tijd de hand op de knip. Daarnaast beperkt de federale
overheid - met een begrotingstekort van 8,6% in 2011 - de uitgaven
steeds meer. Verder zijn de voorraden in verhouding tot de verkopen
laag. Dat geeft al een beetje aan dat het ondernemerssentiment niet
florissant is. Bedrijven hebben sterke balansen en nettowinstmarges
op recordniveau, maar zelfs de mogelijkheid tot versnelde
afschrijving heeft hen vorig jaar niet verleid tot grotere
investeringen. In lijn daarmee nemen ze nog geen extra mensen aan,
noch belonen ze hun personeel beter.
Amerikaanse consumenten doen hun best
Ondanks de beperkte loongroei kwamen de goede economische cijfers
van hogere consumentenbestedingen. De Amerikaanse burger heeft in
2011 - gecorrigeerd voor prijzen - zo'n 2,25% meer
uitgegeven. De consument heeft twee procentpunt van zijn inkomen
minder gespaard, terwijl de huizenwaarde en het aandelenvermogen
niet stegen. Wij denken dat dit alleen tijdelijk steun heeft
gegeven. Ook andere redenen achter de consumptiegroei lijken
onhoudbaar. Zo werden consumenten geholpen door lagere rentes die
een procent bestedingsruimte opleverden, door
betalingsverplichtingen niet na te komen en door banken die
leningen afschreven.
Risico's blijven voorlopig hoog
De belangrijkste steun voor het beschikbare inkomen van consumenten
tijdens de crisis kwam van hogere uitkeringen en lagere
belastingen. De consument draagt nu per saldo 10% van zijn inkomen
minder bij aan de overheidsuitgaven dan in voorgaande decennia.
Langzaam verbetert het consumentenvertrouwen iets, terwijl
Amerikaanse banken iets bereidwilliger zijn om krediet te
verschaffen. Wij vrezen echter dat het vertrouwen onvoldoende
hersteld zal zijn wanneer de Amerikaanse overheid later dit jaar
echt gaat ingrijpen om de begroting op orde te krijgen. Daarnaast
is er het risico dat de europroblemen niet opgelost worden. Om deze
redenen houden we ons kruit voor herinvestering in aandelen nog
droog.